Als Phyleen vijfentwintig is woont ze net samen met Joost en loopt haar tijdelijke werkcontract bijna op z’n eind. Dan krijgt ze kanker.
Zestien chemobehandelingen en een hartdrainage volgen. Niet alleen háár wereld staat op z’n kop. Vrienden, familie en collega’s: iedereen vraagt zich af wat ze voor haar kunnen doen.
Maar zelf weet Phyleen het ook niet. Het is tenslotte ook voor haar de eerste keer dat ze kanker heeft. Ze besluit een boek te schrijven voor alle naasten, om hen te helpen in die zoektocht.
In Kank’r nog bellen? neemt Phyleen je mee in haar eigen verhaal: eerlijk, scherp en met een enorme bak humor. Ze schrijft over dansen tijdens chemo en seks zonder haar. Over goed nieuws dat slecht kan voelen en over de kunst van ‘er zijn’.
Maar dit is geen roman. Het is een Handboek. Met voorbeeldzinnen, cadeau-ideeën, aanvinklijsten en mooie vragen. Wat schrijf je op een kaart? Wat neem je mee en wat kun je voor iemand doen?
Dit boek is voor iedereen die er zo graag voor een ander wil zijn, maar niet goed weet hoe.